Reglement

Indien u graag het wedstrijdreglement naleest, dan kan u dit hier doen.
U vindt het wedstrijdreglement van de reguliere wedstrijden, alsook het reglement van de Show dance wedstrijden.

Wedstrijdreglementen
brand-image

Deze reglementen omkaderen, reglementeren en begeleiden het rolstoeldansen op competitief vlak en zijn van toepassing op wedstrijden die georganiseerd worden onder het toezicht van de Belgische Rolstoeldansfederatie (BeRF).

De reglementen kunnen ten alle tijden aangepast en verbeterd worden door de raad van bestuur van BeRF daar waar nodig.

In het geval de BeRF betrokken is bij de inrichting van een door het International Paralympic Committee (IPC) erkende of goedgekeurde al dan niet een officiele, nationale of internationale wedstrijd geldt het wedstrijdreglement van het Wheelchair Dance Technical Committee van het IPC.

Inhoud reglement

De inhoud van het reglement is als volgt
* Algemene artikelen
1. Toepasbaarheid
2. De begrippen
3. De wedstrijdcommissie en arbitragecommissie
4. De wedstrijdcommissaris en de voorzitter van de jury
5. Het wedstrijdsecretariaat, de registratie en het startboekje
6. Vormen

*De Standaard en Latijns-Amerikaanse dansen
7. Omschrijving
8. De niveaus
9. De classes en classificatie
10. De categorieen
11. De deelnemingsvoorwaarden
12. De dansvloer
13. De muziek
14. Het jureren van de wedstrijden - de jury
15. De danshouding
16. De kleding
17. De procedure van het wedstrijdverloop
18. Het kwalificatiesysteem
19. Afwijkingen
20. Het promotiesysteem - algemeen
21. Het promotiesysteem van debutanten naar amateurs
22. Het promotiesysteem van amateurs naar hoofdklasse
23. Het selectiesysteem voor de hoofdklasse A - ranking
24. De startboekjes
25. Starten met een nieuwe partner
26. De sociale media
27. Bijzondere situaties

*Reglement Showdance 28. Het reglement voor de Show Dance valt onder de verantwoordelijkheid van de IWDF - International Wheelchair Dance Foundation

*Informatie, Adressen en coordinaten

Algemene artikelen

1. Toepasbaarheid

Dit reglement omkadert, reglementeert en begeleidt het rolstoeldansen op competitief vlak en is van toepassing op wedstrijden die georganiseerd worden onder het toezicht van de Belgische Rolstoeldansfederatie - BeRF.
Het reglement is van kracht met ingang van 1 oktober 2013 en kan ten alle tijden aangepast en verbeterd worden door de raad van bestuur van BeRF daar waar nodig.
In het geval de BeRF betrokken is bij de inrichting van een door het International Paralympic Committee (IPC) erkende of goedgekeurde al dan niet een officiele, nationale of internationale wedstrijd geldt het wedstrijdreglement van het Wheelchair Dance Technical Committee van het IPC.

2. De begrippen

2.1. Een rolstoeldanser: een rolstoelgebruiker die in het dagelijks leven gebruik maakt van een rolstoel of door een motorische handicap niet aan valide danswedstrijden kan deelnemen. In bepaalde gevallen kunnen uitzonderingen worden toegestaan.
2.2. Een staande danser:
In combi : een valide persoon die samen met een rolstoeldanser een rolstoeldanspaar vormt.
In duo : een valide partner die deelneemt als duo-danser wordt eveneens beschouwd als staande partner.
2.3. Een rolstoeldanspaar:
In combi : Een danspaar bestaat uit 1 rolstoeldanser en 1 staande partner.
In duo :een danspaar bestaat uit minimaal 1 rolstoeldanser, die zelfstandig de rolstoel in beweging kan brengen of indien dit niet het geval is zich laat bijstaan door een begeleider, muzikale-duwer genaamd. De danspartner kan eveneens in dezelfde situatie verkeren of een valide persoon zijn die eveneens gebruikt maakt van een rolstoel.
* Enkel in hoofdklasse-A, zowel in combi als in duo, bestaat het danspaar verplicht uit een mannelijke en een vrouwelijke danspartner en in geval van duo-dansen hebben beiden een minimale handicap.
2.4 De muzikale duwer: Indien een rolstoeldanser niet zelfstandig de rolstoel in beweging kan brengen mag hij/zij zich laten bijstaan door een zogenaamde muzikale duwer, waarvan het volgende verwacht wordt:
- Een duidelijke ondersteunende rol als hulp voor een rolstoeldanser die niet zelfstandig de rolstoel in beweging kan brengen. Een muzikale duwer mag onder geen beding de aandacht op zichzelf vestigen;
- Een muzikale duwer is neutraal gekleed;
- Juryleden mogen de kleding en de dansvaardigheid van de duwer niet mee laten wegen in de beoordeling.

3. De wedstrijdcommissie en arbitragecommissie

De Raad van Bestuur van de BeRF stelt een wedstrijdcommissie aan die toezicht houdt op de correcte toepassing van dit sportreglement, die gemotiveerde uitzonderingen kan toestaan en die voorstellen aanbrengt tot aanpassingen.
De Raad van Bestuur stelt een commissie samen van specialisten die geen rechtstreekse vermoedelijke of reele belangen hebben bij het competitieve rolstoeldansen in Belgie of nauwe relaties hebben met deelnemers en instructeurs. Deze arbitragecommissie kan gevraagd worden om een advies te geven aan de raad van bestuur in geval van onduidelijkheden, interpretatieproblemen of bijzondere afwijkingen van het reglement of de organisatie van het wedstrijddansen.

4. De wedstrijdcommissaris en de voorzitter van de jury

De wedstrijdcommissie stelt voor elke wedstrijd, die onder het toezicht van de BeRF wordt ingericht, een wedstrijdcommissaris aan. De wedstrijdcommissaris ziet toe op het danstechnische verloop van de wedstrijd in het algemeen (dansvloer, muziek, scruteneering, presentatie, opvang van de jury en de dansparen...) en de toepassing van het sportreglement in het bijzonder en kan - indien noodzakelijk voor het goede verloop van de wedstrijd en ten voordele van de sporters - afwijkingen toestaan in overleg met de voorzitter van de jury en de wedstrijdorganisator.
De wedstrijdcommissie stelt voor elke wedstrijd een voorzitter van de jury aan. De voorzitter van de jury houdt toezicht op het verloop van de wedstrijd specifiek voor wat zich op de dansvloer afspeelt (attitude, acties en variaties van de dansparen en de attitude en briefing van de juryleden). De voorzitter ontvangt de opmerkingen van de juryleden en kan desgevallend maatregelen nemen in overleg met de wedstrijdcommissaris en de organisator. Indien de omvang van de wedstrijd het toelaat kan de functie van voorzitter van de jury en wedstrijdcommissaris toegewezen worden aan 1 persoon.

5. Het wedstrijdsecretariaat, de registratie, inschrijving en het startboekje

5.1. Registratie bij de federatie
Organisatoren die een wedstrijd wensen in te richten onder de auspicien van BeRF vragen dit minimaal drie maand op voorhand aan bij het wedstrijdsecretariaat. Zij dienen aan te tonen dat ze verzekerd te zijn voor burgerlijke aansprakelijkheid.
Alle Belgische dansers die wensen deel te nemen aan wedstrijden onder de auspicien van BeRF, dienen zich bij de start van het seizoen (1 september ) te registreren bij het wedstrijdsecretariaat of - indien niet mogelijk - 30 dagen voorafgaand aan de eerste wedstrijd waaraan ze wensen deel te nemen.
Zij dienen aan te tonen dat ze verzekerd zijn tegen gebeurlijke ongevallen, letsels en tevens burgerlijke aansprakelijkheid door het sportief dansen.
Indien zij hun licentie of bewijs van verzekering niet kunnen voorleggen voor de start van een wedstrijd, om eender welke reden, zal de organisator automatisch ontheven worden van alle verantwoordelijkheid inzake ongevallen en schadeclaims en kan geen enkel ingebrekestelling hem ten laste worden gelegd.
5.2. De Inschrijving voor een wedstrijd
De inschrijving van dansparen voor een danswedstrijd gebeurt door de instructeur bij het wedstrijdsecretariaat. Dit geldt ook voor deelname aan erkende wedstrijden in Nederland die voor promotiepunten in aanmerking komen. Buitenlandse deelnemers dienen aan te tonen dat ze bij een eigen nationale federatie aangesloten en verzekerd zijn.
Ongeacht deze verplichting zijn eveneens buitenlandse deelnemers zelf verantwoordelijk voor het geval zij niet of onvoldoende verzekerd zijn tegen ongevallen of burgerlijke aansprakelijkheid.
5.3. Bekendmaking
De organisator zal ten gepaste tijde en afhankelijk van de aard van de wedstrijd, de inschrijvingsformulieren opsturen naar de diverse rolstoeldansclubs, de nationale paralympische comitees, het IPC, Parantee en Handisport.
De instructeur van de club zal door middel van deze formulieren alle deelnemers inschrijven volgens de voorziene procedure.
5.4 Deelname kosten en toegangbewijzen Het bedrag en wijze van betaling voor deelname aan de wedstrijd, alsook het inkomgeld voor toeschouwers, wordt bepaald door de wedstrijdorganisator en staat vermeld op de inschrijvingsformulieren. Dit bedrag dient vooraf te worden betaald behalve indien anders vermeld.
Bij niet-deelname of afwezigheid van dansers en/of toeschouwers zal het betaalde bedrag niet teruggevorderd kunnen worden van de organisator.

6. Vormen

Het competitieve rolstoeldansen kent de volgende vormen:
6.1. Standaard en Latijns-Amerikaanse dansen: a) Duodansen: Twee dansers dansen samen elk in een rolstoel al of niet bijgestaan door een muzikale duwer.
b) Combidansen: Een rolstoeldanser vormt met een staande partner een danspaar
c) Formatiedansen: meerdere dansparen voeren een choreografie uit op basis van een compilatie van standaard- of Latijns-Amerikaanse dansen.
6.2. Show Dance: een algemene verzamelnaam voor andere dansvormen.
Deze dansvormen zijn afhankelijk van het muziekgenre met de daarbij horende danspassen en /of choreografie. Naargelang het aantal deelnemers kan men spreken over
Solodansen, duodansen, kleine formaties, grote formaties enz. waarbij niet hoofdzakelijk standaarddansen of latin-dansen worden gebruikt. Het aantal rolstoeldansers in een groep is afhankelijk van het aantal deelnemers in de groep
De muziekkeuze kan in bepaalde gevallen (solodansen) opgelegd worden door de organisator. In de andere gevallen dient deze vooraf ter beschikking gesteld te worden door de deelnemer(s)-groepen.
Het wedstrijdreglement en het toezicht op de show-dance-wedstrijden valt onder de International Wheelchair Dance Foundation.

De Standaard en Latijns-Amerikaanse dansen

7. Omschrijving

De standaard- en latijns-Amerikaanse dansen worden uitgevoerd door dansparen.
In combi bestaat een danspaar uit 2 personen waarvan 1 rolstoeldanser is.
In duo bestaat een danspaar uit 2 personen die elk een rolstoel gebruiken (art. 2.3).
* Enkel in de hoofdklasse A dient een danspaar samengesteld uit een mannelijke en een vrouwelijke partner en bij het duodansen zijn beide partners rolstoeldanser.

De standaarddansen bestaan uit de Engelse wals, tango, Weense wals, slow foxtrot en quickstep
De Latijns-Amerikaanse dansen bestaan uit de samba, rumba, cha-cha, paso doble en jive.
In de hoofdklasse bestaan beide disciplines uit de genoemde vijf dansen. In de andere klassen kan het aantal dansen beperkt worden. De samenstelling wordt tijdig bekendgemaakt en zal steeds raadpleegbaar zijn op de website van de federatie.

8. De niveaus

Het rolstoeldansen kent drie niveaus, te weten
- De debutanten of D-klasse
- De amateurs of A-klasse
- De hoofdklasse-A ( IPC-normen voor deelname aan EK en WK) en hoofdklasse-B (zonder de IPC-normen)
De toewijzing van de dansparen in hun niveau wordt bepaald door het promotie- en selectiesysteem.

9. De Classes

9.1. Alle niveaus kennen een onderscheid naar de ernst van de handicap.
De regels voor deze functionele classificatie zijn vastgesteld door het IPC-WDSC (IPC - Wheelchair Dance Sport committee). Classificatie leidt tot indeling in class 1 en class 2.
- Class 1 : De rolstoelpartner heeft een verminderde hand- arm, romp en schouderfunctie en/of maakt gebruik van een elektrische rolstoel.
- Class 2 : De rolstoelpartner heeft een goede hand- arm, romp en schouderfunctie.
9.2. De classificatie gebeurt op basis van volgende testprocedure:
De sportdansers worden getest op een harde ondergrond, vergelijkbaar met een dansvloer.
Vijf functies worden getest aan beide zijden van het lichaam. Een goede functie telt voor 2 punten, een minder goede functie telt voor 1 punt en geen functie telt voor 0 punten.
Het maximum van de punten per danser is dus 20.
- Class 1: 14 punten of minder
- Class 2 meer dan 14 punten

Duo-dans:
De class waarin van een duo-danspaar wordt bepaald volgens onderstaand schema:
- Indien beide partners 15 punten of meer hebben danst het paar in class 2
- Indien beide partners 14 punten of minder hebben danst het paar in class 1
- Indien 1 partner 15 punten of meer heeft en de andere partner 14 punten of minder, wordt de class bepaald door het gemiddelde van beide partners te nemen (indien lager dan 15 danst het koppel in class 1).

Combi-dans:
Bij combi-dansen wordt dit bepaald door de zittende partner.

9.3. Nationale classificatie: Voor de debutanten, de amateurs en hoofdklasse zorgt de BeRF voor een nationale classificatie of wordt deze ingericht door de organisator en desgevallend aanvaard door de BeRF (bijvoorbeeld ingeval van classificatie tijdens een wedstrijd in Nederland). De sportdanser bekomt daarop een medisch- functionele classificatiefiche. Deze is geldig tot een wijziging optreedt in de medische functionering van de sportdanser.
De instructeur kan bij een eerste deelname van een danspaar zelf - naar eer en geweten - de class bepalen waarin het danspaar wordt ingeschreven. Elke rolstoeldanser dient zich daarna zo spoedig mogelijk te laten classificeren.
Indien een danspaar wenst in te schrijven voor de classe 1, dient dus op korte termijn het bewijs geleverd van de classificatie. Indien deze classificatie niet kan voorgelegd worden wordt het paar automatisch in classe 2 ingeschreven tot het bewijs van een geldige classificatie geleverd is.
9.4. IPC classificatie: Bij deelname van dansparen hoofdklasse-A aan IPC-erkende internationale wedstrijden wordt deze functionele classificatie uitgevoerd door daartoe (door IPC) erkende classifiers.

10. De categorieen

Op basis van bovenstaande artikelen worden de volgende 10 categorieen onderscheiden:
1. Debutanten Duo (DD)                         EW - QS - SA;
2. Debutanten Combi (DC)                     EW - QS - SA;
3. Amateurs Duo Standaard (ADS)        EW - TA - WW - QS;
4. Amateurs Duo Latin (ADL)                  SA - CC - RU - PD;
5. Amateurs Combi Standaard (ACS)    EW - TA - WW - QS;
6. Amateurs Combi Latin (ACL)              SA - CC - RU - JI;
7. Hoofdklasse Duo Standaard (ADS)    EW - TA - WW - SF - QS;
8. Hoofdklasse Duo Latin (ADL)              SA - CC - RU - PD - JI;
9. Hoofdklasse Combi Standaard (ACS) EW - TA - WW - SF - QS;
10. Hoofdklasse Combi Latin (ACL)         SA - CC - RU - PD - JI

De Hoofdklasse-A:
In hoofdklasse-A is inschrijving uitsluitend mogelijk indien:
- het paar gepromoveerd is uit het amateurniveau;
- het paar bestaat uit een dame en een heer;
- de rolstoeldanser een classificatie heeft ondergaan door het classificatieteam van BeRF, SRN of IPC;
- de rolstoeldansers voldoen aan de door IPC gestelde voorwaarden van minimale handicap en in geval van duo-dansen beide partners rolstoeldanser zijn.
De Hoofdklasse B:
Dansparen die omwille van de IPC-rules niet in de hoofdklasse kunnen dansen, promoveren uit de amateurcategorie naar de hoofdklasse-B.
De dansparen in deze categorie hebben alle vijf latin- en standaarddansen in hun programma.
De indeling van hoofdklasse A en B:
Voor nationale wedstrijden waarvoor geen IPC-erkenning werd gevraagd en bekomen, worden de hoofdklassen A en B samengevoegd voor de einduitslag van de competitie.
Enkel de dansparen hoofdklasse A bekomen een ranking voor eventuele deelname aan IPC-erkende wedstrijden.

11. Deelnemingsvoorwaarden

11.1 De samenstelling van een ingeschreven paar blijft in principe het gehele seizoen dezelfde. Promotiepunten worden toegekend aan paren, niet aan personen.
11.2 Gediplomeerde dansleraren en instructeurs die zich hebben geregistreerd als jurylid kunnen niet deelnemen aan wedstrijden. Assistent- instructeurs en instructeurs rolstoeldansen die niet jureren kunnen een danspaar vormen met een rolstoeldanser maar dienen minimaal in het amateurniveau te starten.
11.3 Bij inschrijving wordt bij duodansen eerst de heer vermeld; bij combidansen wordt eerst de rolstoelpartner vermeld.
11.4 Dansparen kunnen overstappen naar een andere dansclub vanaf 15 mei tot en met 30 juni voorafgaand aan het dansseizoen dat start op 1 september. Een transfer buiten deze periode kan enkel mits instemming vanwege de club waarvan men afscheid neemt EN de club die het danspaar wil opnemen.
11.5 De wedstrijdorganisator tracht, bij het opstellen van het wedstrijdschema, zoveel als mogelijk rekening te houden met dansers die deelnemen aan 2 verschillende categorieen (duo - combi), en in geval van een kampioenschap waar alle categorieen aan bod komen, maximaal 4 categorieen (standaard - latin).
Indien dansers daarnaast nog willen deelnemen met verschillende partners en in verschillende classen hoeft de organisator daarmee geen rekening te houden en mogen categorieen en classen samengevoegd worden om organisatorische redenen (bijvoorbeeld in geval van te weinig deelnemers). De dansers dienen dan zelf uit te maken in welke categorie ze willen deelnemen.
Dit geldt tevens voor de muzikale duwers.

12. De dansvloer

De dansvloer heeft een minimale oppervlakte van 200 m2 en een minimale afmeting van 10 m voor de korte zijde van de dansvloer.
Van deze regel kan afgeweken worden in voorafgaandelijk en tijdig overleg met de wedstrijdcommissie of met de wedstrijdcommissaris ter plaatse die daarop zal bepalen hoeveel deelnemers maximaal in 1 ronde op de dansvloer mogen toegelaten worden. Hierbij zal de veiligheid van de sporters primeren.

13. De muziek

Voor het bepalen van de tempi van de dansen worden de regels van de International Paralympic Committee (IPC) - Wheelchair Dance Sport Committee - aanbevolen:
13.1 Standaarddansen: Class 1 // Class 2
Engels wals:       28-30 // 28-30
Tango:                 31-33 // 31-33
Weense wals:     56-58 // 58-60
Slow foxtrot:      28-30 // 28-30
Quickstep:          48-50 // 50-52
13.2 Latijns-amerikaanse dansen Class 1 // Class 2
Samba:                48-50 // 50-52
Cha-cha:             28-30 // 30-32
Rumba:               25-27 // 25-27
Paso doble:        58-60 // 60-62
Jive:                      40-42 // 42-44
De wedstrijdcommissaris kan optreden tegen te grote afwijkingen van deze tempi. Overwegingen van veiligheid en gezondheid zullen hierbij richtinggevend zijn.
In bepaalde omstandigheden kan gezien het gering aantal deelnemers class 1 en 2 te samen dansen. In dit geval op het laagste tempo.
De duurtijd van de muziek bij het wedstrijddansen is bepaald op 1 min en 30 sec. voor alle dansen behalve voor Weense walz en jive, waar dit beperkt is tot 1 min.
De paso doble wordt gedanst tot en met de 2e "high light".

14. Het jureren van de wedstrijden - de juryleden

14.1. Samenstelling
Bij wedstrijden onder toezicht van BeRF worden minimaal 3 en bij voorkeur 5 juryleden, waaronder een voorzitter, aangesteld.
Voor een Belgisch of Benelux kampioenschap zijn 5 juryleden verplicht waarvan er minimaal 3 een ruime ervaring hebben met rolstoeldansen.
Voor internationale wedstrijden geldt de IPC-reglementering. Bij voorkeur worden ook juryleden-rolstoelgebruikers opgenomen in een jurypanel.
Aan juryleden die niet vertrouwd zijn met rolstoeldanswedstrijden wordt voorafgaandelijk een document met richtlijnen bezorgd.
De jury bestaat uit door BeRF erkende juryleden. De raad van bestuur kan criteria opstellen waaraan juryleden moeten voldoen en kan desgevallend ook juryleden opleiden tot het jureren van rolstoeldanswedstrijden.
BeRF erkent automatisch de volgende juryleden:
- erkende juryleden van de Belgische Danssport Federatie (BDSF) en World Dance Sport Federatie (WDSF),
- gediplomeerde dansleraren van de Belgische Unie van Dansleraren (BULDO) en de World Dance Council en Dansliga met een jurylicentie,
- en juryleden van officiele door IPC erkende buitenlandse rolstoeldansorganisaties.
BeRF kan een voorkeurslijst aanleggen van juryleden die een specifieke opleiding gevolgd hebben of ervaring hebben opgebouwd inzake competitief rolstoeldansen. Het lidmaatschap bij BeRF is wel bepalend om op de voorkeurslijst te worden opgenomen.
Belgische juryleden worden minimum eenmaal per jaar uitgenodigd om deel te nemen aan een studiedag en/of andere bijscholing in het rolstoeldansen. De deelname aan deze opleidingen bepaalt mede of een jurylid op de voorkeurlijst wordt opgenomen.
14.2. Jurering - beoordeling
De jury dient rekening te houden met enkele specifieke aspecten van het rolstoeldansen:
- de rolstoeldanser heeft een gelijke zo niet primaire plaats binnen het danspaar;
- acties, variaties of attitudes die andere dansers hinderen of in gevaar brengen kunnen aanleiding zijn voor een lagere quotering en - na verwittiging - tot uitsluiting door de wedstrijdcommissaris in overleg met de voorzitter van de jury en de wedstrijdorganisator.
- de jury dient geen rekening te houden met de graad van handicap bij de beoordeling van de dansers. De indeling in de classes en niveaus is daarvoor ingesteld en de wedstrijdcommissaris is verantwoordelijk voor de eventuele aanpassing van deze indeling in overleg met de voorzitter van de jury en de organisator;
- de jury dient geen rekening te houden met de kledingsvoorschriften. De wedstrijd-commissaris is daarvoor verantwoordelijk;
- de jury mag geen rekening houden met de kledij of de dansvaardigheid van de muzikale duwer;
- kennelijke onregelmatigheden kunnen gemeld worden aan de voorzitter van de jury die daarop contact opneemt met de wedstrijdcommissaris.

15. De danshouding

1) Enkel in de standaarddansen - combidans dient gedanst in een comfortabele gesloten houding die het valide dansen zoveel mogelijk benadert. Deze gesloten houding doorbreken kan slechts op momenten waarin er in en uit andere posities gedanst wordt waar het niet mogelijk is om in gesloten houding te blijven. Afhankelijk van de handicap kunnen afwijkingen worden toegestaan. Daarop wordt toezicht uitgeoefend door de voorzitter van de jury in overleg met de wedstrijdcommissaris.
2) In de latindansen- combi is de connectie tussen beide partners vrij. Alsook in de duodansen.

16. De kleding

16.1. Debutantenklasse: feestelijke confectiekleding met beperkte toevoeging van glitters en pailletten is toegestaan, wedstrijdkleding is niet toegestaan. Bij twijfel wordt best voorafgaand informatie gevraagd aan het wedstrijdsecretariaat. Bij discussie tijdens een wedstrijd zal de wedstrijdcommissaris en de voorzitter van de jury samen beslissen.
16.2. Amateurklasse: wedstrijdkleding is toegestaan.
16.3. Hoofdklasse: wedstrijdkleding is verplicht. Kleding wordt niet in de jurybeoordeling betrokken.
Reclame op de rolstoel, anders dan van rolstoeldansgroepen en/of rolstoelfirma's, is niet toegestaan. De organisator mag wel publiciteit maken op de rugnummers en in de zaal.
De wedstrijdcommissaris kan arbitrair tussenkomen indien de algemeen geldende normen van goede smaak niet gerespecteerd worden.
Belgische dansparen dienen er rekening mee te houden dat in Nederland een enigszins gedetailleerder kledingreglement van toepassing is (zie www.rolstoeldansen.nl).

17. De procedure van het wedstrijdverloop

Dansers moeten minimaal twee rondes kunnen dansen.
Bij een inschrijving van 24 paren of meer wordt een kwartfinale gedanst.
Bij een inschrijving van tien paren komen zes paren in de finale
Bij een inschrijving van negen paren komen zes paren in de finale
Bij een inschrijving van acht paren komen zes paren in de finale
Bij een inschrijving van zeven paren komen zeven paren in de finale

Aantal ingeschreven paren:
- 1 paar: reeksen samenvoegen
- 2 paren: reeksen samenvoegen
- 3 paren: 1e en 2e finale
- 4 paren: 1e en 2e finale
- 5 paren: 1e en 2e finale
- 6 paren: 1e en 2e finale
- 7 paren: 1e en 2e finale
- 8 paren: 3 koppels uit voorronde + 3 koppels uit herkansing = finale met 6 koppels
- 9 paren: 3 koppels uit voorronde + 3 koppels uit herkansing = finale met 6 koppels
- 10 paren: 4 koppels uit voorronde + 4 koppels uit herkansing = halve finale met 8 koppels = finale met 6 koppels
- 11 paren: 5 koppels uit voorronde + 3 koppels uit herkansing = halve finale met 8 koppels = finale met 6 koppels
- 12 paren: 6 koppels uit voorronde + 4 koppels uit herkansing = halve finale met 10 koppels = finale met 6 koppels
- 13 paren: 6 koppels uit voorronde + 4 koppels uit herkansing = halve finale met 10 koppels = finale met 6 koppels
- 14 paren: 7 koppels uit voorronde + 5 koppels uit herkansing = halve finale met 12 koppels = finale met 6 koppels
- 15 paren: 7 koppels uit voorronde + 5 koppels uit herkansing = halve finale met 12 koppels = finale met 6 koppels
- 16 paren: 7 koppels uit voorronde + 5 koppels uit herkansing = halve finale met 12 koppels = finale met 6 koppels
- etc ...
- vanaf 24 koppels wordt er ook een kwartfinale gedanst

18. Het kwalificatie-systeem

Voor de voorronde, herkansing, de kwartfinale en de halve finale wordt het "cross-systeem" toegepast: de juryleden kennen het door de scrutineer opgelegd aantal kruisjes toe aan de dansparen. De paren die van de jury de meeste kruisjes krijgen (totaal van alle juryleden, opgeteld voor alle dansen in een ronde) worden doorgeplaatst naar een volgende ronde.
Bij de finale wordt het "skating-systeem" toegepast: de juryleden geven plaatscijfers aan de verschillende paren, waarna de scrutineer de uitslag berekent.

19. Afwijkingen

Van bovenstaande procedure en kwalificatie-systeem kan - met toestemming van de wedstrijdcommissaris - worden afgeweken indien door de grootte of de beperktheid van het aantal inschrijvingen, de beschikbare ruimte en de beschikbare tijd een andere indeling voor de sporters gunstiger is.

20. Het promotiesysteem

20.1. Promotiepunten worden toebedeeld bij een finaleplaats naar rato van het aantal Belgische EN Nederlandse deelnemers in een categorie. Dit geldt ook voor de wedstrijden die in Nederland worden gedanst en die voor promotiepunten in aanmerking worden genomen. Het aantal deelnemers per categorie wordt vastgesteld bij de herkansingsronde.
Voor de Belgische competitie wordt aan het begin van elk seizoen bekend gemaakt welke wedstrijden in aanmerking worden genomen voor het toekennen van promotiepunten.
20.2. Het volgende schema wordt gebruikt bij de toekenning van promotiepunten.:
Aantal gestarte paren in de categorie       1-9     10-14     15-19     20-24     25-29     30-34     >35
Plaats in finale:       1e plaats:                      2         3             4            5             5             5             5
                                  2e plaats:                      1         2             3            4             5             5             5
                                  3e plaats:                      0         1             2            3             4             5             5
                                  4e plaats:                      0         0             1            2             3             4             5
                                  5e plaats:                      0         0             0            1             2             3             4
                                  6e plaats:                      0         0             0            0             1             2             3

21. Promotiesysteem van het debutantenniveau naar het amateurniveau.

Promotiepunten worden toebedeeld aan een paar, niet aan personen.
Indien met een nieuwe partner wordt gestart vervallen alle eerder behaalde promotiepunten.
Om te promoveren van de debutanten naar de amateurs heeft een paar 8 promotiepunten nodig.
Indien na 6 finaleplaatsen nog niet voldoende promotiepunten behaald zijn kan het paar op eigen verzoek promoveren.
Alle wedstrijden, zowel nationaal als internationaal, die erkend zijn door BeRF komen in aanmerking voor promotiepunten.

22. Promotiesysteem van het amateurniveau naar de hoofdklasse

Promotiepunten worden toebedeeld bij een finaleplaats naar rato van het aantal deelnemers in een categorie.
Het aantal deelnemers per categorie wordt vastgesteld bij de herkansing.
Promotiepunten worden toebedeeld aan een paar, dus niet aan personen.
Indien met een nieuwe partner wordt gestart vervallen alle eerder behaalde promotiepunten.
Om te promoveren van het amateurniveau naar de hoofdklasse A of - B heeft een paar 10 promotiepunten nodig.
Indien na 6 finaleplaatsen nog niet voldoende promotiepunten behaald zijn kan het paar op eigen verzoek promoveren.
Promotie naar de hoofdklasse-A is slechts mogelijk indien voldaan wordt aan de door IPC gestelde criteria.

23. Selectiesysteem voor de hoofdklasse-A - ranking

23.1. Bij de hoofdklasse-A wordt een ranking bijgehouden, die wordt gebruikt bij het bepalen van de nominaties voor uitzending voor internationale wedstrijden (EK, WK).
1e plaats 26 punten
2e plaats 25 punten
3e plaats 24 punten
Etc ...
23.2. Plaatsingscijfers voor paren die geen finale hebben gedanst zijn gebaseerd op het aantal behaalde kruisjes in de laatste ronde dat een betreffend paar heeft gedanst. Dit kan de halve finale, de kwart finale of de herkansing zijn.
23.3. Buitenlandse paren komen niet in aanmerking voor plaatsing op de rankinglist. Wedstrijden met buitenlandse deelname zullen berekend worden na uitsluiting van de buitenlandse paren.
23.4 Het paar met het hoogste aantal punten (over 4 wedstrijden standaard en 4 wedstrijden latin) bezet de eerste plaats. De tweede plaats wordt toegewezen aan het paar met het op een na het hoogste aantal punten, enz.
Als paren gelijk eindigen beslist de uitslag van het Belgisch Kampioenschap de uiteindelijke volgorde.
23.5. De wedstrijdcommissie kan een buitenlandse wedstrijd kwalificeren als een wedstrijd die telt voor de Belgische ranking.
Indien er geen vier wedstrijden ingericht worden onder toezicht van de BeRF bepaalt de uitslag van het Belgisch Kampioenschap de volgorde;
Op basis van deze ranking beslist de wedstrijdcommissie over de daadwerkelijke uitzending. Bij deze beslissing kunnen bijkomende criteria in aanmerking genomen worden die buiten het kader van dit reglement vallen.
23.6. Paren ( in ongewijzigde samenstelling) die twee jaar lang geen finale-plaats hebben gehaald mogen eenmalig op eigen verzoek in het volgende seizoen een categorie lager dansen.

24. De startboekjes

24.1. Iedere wedstrijddanser moet in het bezit zijn van een BeRF-startboekje (dus twee startboekjes per paar), behalve bij een eerste kennismakingswedstrijd. Hierin worden de resultaten en promotiepunten door het wedstrijdsecretariaat vermeld.
Bij deelname aan buitenlandse wedstrijden dient het startboekje te worden ingevuld door de organisator en dient de uitslag door de instructeur medegedeeld worden binnen de 14 dagen aan het wedstrijdssecretariaat van BeRF.
24.2. Een startboekje wordt aangevraagd bij het wedstrijdsecretariaat. Dit moet minstens 6 weken voor een wedstrijd worden gedaan.
Bij verlies van het startboekje zullen administratie- en vervangingskosten worden aangerekend.
24.3. De jaarlijkse bijdrage voor registratie bij de BeRF wordt bepaald door de raad van bestuur, zal tijdig meegedeeld worden en is raadpleegbaar op de website van de federatie.
24.4. Voor aanvang van elke wedstrijd vult de danser de volgende gegevens nauwkeurig in: startnummer; datum; wedstrijdklasse; categorie. Bij deelname in twee categorieen wordt eerst het laagste startnummer en dan het hoogste startnummer ingevuld.
24.5. Het ingevulde startboekje moet voor aanvang van de eerste ronde van de desbetreffende klasse van de wedstrijd zijn ingeleverd bij het wedstrijdsecretariaat van de organiserende instantie (club of federatie).
24.6. Het startboekje moet uiterlijk een half uur na afloop van de wedstrijd worden opgehaald. Niet opgehaalde startboekjes zijn te verkrijgen tijdens de eerstvolgende wedstrijd.

25. Starten met een nieuwe partner

De verschillende mogelijkheden zijn:
- Beide partners dansten in dezelfde klasse: het paar start in die klasse.
- Er zit een klasse verschil tussen de partners (debutant-amateur of amateur-selectie):het paar kiest in welke klasse het start.
o Start het paar in de laagste klasse dan is het een promotiepaar, d.w.z. indien het paar in de voorronde de meeste kruisjes heeft dan promoveert het paar direct en start in de herkansing van de volgende klasse. De wedstrijdcommissaris beslist aan de hand van het aantal paren, het aantal juryleden en de uitslag van de voorronde.
o Start het paar in de hoogste klasse dan zijn er geen bijzondere regels.
- Bij meer dan een klasse verschil (debutant-hoofdklasse of nieuw-amateur of nieuw-hoofdklasse) dan start het paar 1 klasse lager dan de hoogste klasse en altijd als promotiepaar. Dit betekent dat de wedstrijdcommissaris steeds kan beslissen om het paar over te hevelen naar de hogere klasse.

26. Sociale media

Het is niet sportief om via de sociale media kritiek te leveren op medesporters, instructeurs, juryleden, wedstrijdorganisatoren, bestuursleden en iedereen die betrokken is bij het competitief rolstoeldansen. Iedereen die meent bekritiseerd of beledigd te zijn door andere betrokkenen kan klacht indienen bij de Belgische Rolstoeldansfederatie. De raad van bestuur kan na onderzoek sancties nemen tegen diegenen die op deze wijze de sociale media misbruiken om anderen te kwetsen.

27. Bijzondere situaties (zie eveneens punt 3)

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet wordt een beslissing genomen door de wedstrijdcommissie of - tijdens een wedstrijd zelf - door de wedstrijdcommissaris, dit in het belang van de dansers en het goede wedstrijdverloop. De bepalingen van dit reglement kunnen worden gewijzigd bij besluit van de Raad van Bestuur van de BeRF, op voordracht van de wedstrijdcommissie.
Voor demo-wedstrijden in het kader van wedstrijden van Bdsf, Buldo of Dansliga kan afgeweken worden van dit reglement omwille van de beperkingen in beschikbare tijd. Voor deze wedstrijden worden geen promotiepunten berekend.
Er kunnen zich mogelijk omstandigheden voordoen waarbij het wenselijk en menselijk is om een individuele en tijdelijke afwijking toe te staan op het geldende reglement. Dergelijke vragen kunnen voorgelegd worden aan de wedstrijdcommissie die daarover een gemotiveerde beslissing zal nemen.

Reglement Wedstrijden Showdance

Het reglement van de show- dance-competitie werd overgedragen aan de International Wheelchair Dance Foundation die instaat voor het opstellen van het internationaal reglement.

Informatie, Adressen en coordinaten

Website van de BeRF: www.rolstoeldansen.be - www.cyclo-dance.be

Het bestuur van de Belgische Rolstoeldansfederatie (BeRF)

- Jef Boudewijns, ondervoorzitter
- Roland Rotte, ondervoorzitter
- Leona Pellens, secretaris
- Louis Cornelissens, penningmeester,
- Rudi Jansen, voorzitter wedstrijdcommissie
- Mar Ekkart
- Krisiten Bernard
- Ann Dergeloo

Het wedstrijdsecretariaat:
Linda Boelanders
Kerkhovensesteenweg 144, B-3920 Lommel - Belgium
Tel: +32 (0)477 500 174 - +32(0)478 386 164
Email: berf.wedstrijd@telenet.be

Website van het International Paralympic Committee - Wheelchair Dance Sport Committee (IPC-WDSC-reglement) www.ipc-wheelchairdancesport.org

Website van de Stichting Rolstoeldansen Nederland www.rolstoeldansen.nl